De zomer van 2026
We schrijven 27 augustus. In een zonovergoten park raap ik mijn eerste kastanjes op. ‘Alles is in de war’, zegt mijn buurvrouw wanneer ik haar mijn glanzende roodbruine vondst laat zien. En eerlijk gezegd ben ik geneigd haar gelijk te geven.
Want wat was dat voor een zomer, die zomer van 2026? Wat zullen we ons later herinneren van deze maanden die nog maar net achter ons liggen?
Voor mij zal het de hitte zijn. De dagen waarop het buiten nauwelijks uit te houden was en we ons binnenshuis schuilhielden. De slapeloze nachten met een zoemende ventilator naast het bed. Maar ook de beelden van de grote bosbranden in Frankrijk, Spanje en de Belgische Hoge Vennen, een gebied waar we zo graag wandelen. Branden die dagenlang voortwoekerden en ons opnieuw confronteerden met de kwetsbaarheid van onze wereld.
Ik denk ook terug aan die ene krantenfoto: twee mensen onder een parasol op het strand, terwijl in de verte een brand woedt. Misschien keken ze niet eens naar het vuur, maar naar hun telefoon. Het zette me aan het denken. Hoe gemakkelijk raken we gewend aan wat eigenlijk onvoorstelbaar is? Hoe vaak kijken we weg van wat ons ongemakkelijk maakt? En zou ik zelf anders zijn geweest?
Maar het was ook de zomer van mijn heilige boontje.

Tijdens de Groene Viering kregen we in onze kerk een boontje mee naar huis. Mijn boontje groeide deze zomer
uit tot een prachtige plant. Een klein wonder van ontkiemen, groeien en bloeien. We hebben er uiteindelijk maar één keer van gegeten, maar wat smaakten die bonen goed!
Ook onze fietstocht door Thüringen zal me bijblijven. Een streek vol cultuur en geschiedenis: Eisenach, Erfurt, Gotha en Weimar. Het land van Bach en Luther. Maar ook de omgeving van Buchenwald, waar schoonheid en beschaving zo pijnlijk samengaan met de herinnering aan ernstig menselijk falen en geweld. Wie daar rondloopt, voelt hoe dicht licht en duisternis soms bij elkaar liggen.
Met al die mooie en verontrustende herinneringen staan we weer aan het begin van een nieuw seizoen. Terwijl ik terugdenk aan die zomer van hitte, branden en tegenstrijdigheden, denk ik ook aan dat ene boontje dat ondanks alles groeide en vrucht droeg.
Misschien is dat wel wat ons te doen staat. Niet machteloos toezien op alles wat er misgaat, maar blijven zaaien, verzorgen en aandacht geven aan wat leven mogelijk maakt. In onze eigen omgeving, in onze keuzes, in de manier waarop we met elkaar omgaan.
Augustinus verwoordde het al zestien eeuwen geleden: ‘Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zo zijn de tijden.’ Niet de omstandigheden hebben het laatste woord, maar de manier waarop wij daarin aanwezig zijn. Wij kunnen de wereld niet in ons eentje veranderen, maar we kunnen wel proberen bij te dragen aan het goede leven.
Dat lijkt mij een hoopvolle gedachte om een nieuw seizoen mee te beginnen.
Anja van de Poppe